Vadertje Tijd

14 december 2018

“Kom je zondag of ben je zondag al geweest?”, vraagt hij.
“Ik ben zondag geweest en ik kom weer met Kerst”, zeg ik.
“Wanneer is dat?”, vraagt hij “Dan schrijf ik het op, anders vergeet ik het!”

Krasse knar

Vierentachtig is hij, mijn vader.
Elke avond bellen we even, voor een praatje.
Deze tijd van het jaar vindt hij lastig.
Laat licht, vroeg donker en lange avonden.
Het alleen zijn valt hem dan zwaar.
“Ja weet je Beits, ik kan wel ergens heen gaan maar daar vind ik niks aan”, zegt hij.
Het liefst is hij buiten, op zijn fiets. Mét accu.
Hij rijdt rondjes rond de kerk en als het weer het toelaat door de weilanden naar Sneek.
De krasse knar doet het nog prima op zijn leeftijd.

Briefjes

Intussen neemt de vergeetachtigheid toe.
Maar hij heeft er iets op gevonden.
Alles wat hij wil onthouden, schrijft hij op.
Dat is zijn houvast, terwijl de tijd hem langzaam inhaalt.
Hij bewaart de briefjes, wat soms leidt tot verwarring.
“Beits donderdag jarig” is lastig zonder datum.
Maar dat geeft niet, je kunt immers niet vaak genoeg jarig zijn.
“Volgende week hebben we de kortste dag pa!”, zeg ik.
“Ja, dat weet ik!”, zegt hij blij.
Sommige dingen beklijven toch.

Kisten

Hij eindigt onze gesprekjes altijd positief.
Dat doet hij niet voor mij, maar voor zichzelf.
Hij houdt de moed erin.
“Maar ja, het is de tijd van het jaar, daar moeten we doorheen”,  zegt hij.
“Ik kan wel bij de pakken neerzitten, maar daar heeft niemand wat aan. 
We moeten er maar wat van maken!”
Mijn vader laat zich niet kisten. Nog niet.
En ik ben er dankbaar voor.
Met Kerst gaan we weer fietsen.
Een rondje rond de kerk of misschien door de weilanden naar Sneek.
We hebben de tijd. Nog wel.

, , , ,